Al op jonge leeftijd leerden deze mensen elkaar kennen. Zij was 16 jaar, hij 20. Er bloeide een mooie liefde op en samen bouwden ze aan een nieuw bestaan. Haar familie had een winkel in bromfietsen en fietsen, die zij samen besloten over te nemen. Ze genoten ervan om samen te werken: hij was technisch en deed de verkoop, zij beheerde de kassa. Die combinatie werkte perfect.
In de jaren die volgden werd hun liefde bezegeld met de komst van een zoon en later een dochter. Ze genoten van het gezinsleven, van het werken in de winkel, maar bovenal van elkaar. Want de liefde tussen deze twee mensen was ijzersterk.
Sinds een aantal jaren nam de gezondheid van meneer af. Hier en daar ontstonden wat gaatjes in zijn geheugen, maar die vulde mevrouw aan en zo redden ze zich samen prima. De kleine mankementjes werden grotere ongemakken, met als gevolg dat hij moest accepteren dat bepaalde dingen niet meer gingen. Het moment waarop hij de fiets definitief moest laten staan, was een enorme drempel en een groot verlies.
De sportieve fiets was al eerder ingeruild voor een veilige driewieler, maar ook deze ritjes waren niet langer verantwoord.
Mevrouw heeft al die tijd voor hem klaargestaan en met hart en ziel voor hem gezorgd. Ze zag en voelde zijn verdriet en pijn. Dat is onvermijdelijk wanneer je meer dan 65 jaar deel van elkaars leven bent geweest.
Meneer had in de laatste fase van zijn leven extra zorg nodig en verhuisde naar een verzorgingshuis.
Het was nodig: voor hem de zorg, voor haar wat meer rust. Twee weken later overleed hij, in haar armen. Misschien bestaat het spreekwoord niet voor niets: een oude boom moet je niet verplanten. Zijn nieuwe huis werd nooit zijn thuis. Zij was zijn thuis, zijn rots en zijn vertrouwen.